Tuin der Wonderen · Verhalen

30 september 2026

Voorlezen is een beetje magie ...

Voorlezen is een beetje magie ...

Er was eens…

Naar aanleiding van de Kinderboekenweek wil ik graag even een lans breken voor iets waar ik als Verhalenheks natuurlijk onmogelijk níét van kan houden:
lezen en voorlezen.

Want een boek is zoveel meer dan een verzameling woorden op papier. Het kan een deur openen naar een andere wereld.
Soms zijn drie woorden daarvoor al genoeg.
Er was eens…

En plotseling zit je niet meer gewoon op de bank. Je wandelt door een donker bos, belandt in een kasteel, reist honderden jaren terug in de tijd of vertrekt naar een wereld die helemaal niet bestaat.
Je kunt iemand ontmoeten die eeuwen geleden leefde. Je kunt door de ogen kijken van iemand die een leven leidt dat mijlenver van het jouwe verwijderd is. Je kunt vliegen op de rug van een draak, verdwalen in een betoverd bos of ontdekken hoe de wereld er misschien over vijfhonderd jaar uitziet.

Als je leest, kun je reizen naar andere tijden en dimensies. Zelfs naar tijden en dimensies die nooit hebben bestaan.
Dat is voor mij de magie van lezen.
En misschien begint die magie al veel vroeger dan we beseffen.

Als fantasie wakker wordt

Dat (voor)lezen goed is voor de taalontwikkeling van kinderen weten we ondertussen wel. Kinderen horen nieuwe woorden, ontdekken hoe taal in elkaar zit en leren steeds beter om zelf te vertellen wat ze denken, voelen en beleven.
Maar ondertussen gebeurt er nog iets anders.
Iets wat je niet zo gemakkelijk kunt meten.
Hun fantasie wordt wakker.

Een schrijver vertelt misschien dat ergens een oud kasteel staat, maar het kind bouwt dat kasteel zelf.
Hoe hoog zijn de torens?
Welke kleur hebben de stenen?
Wat zit er achter die grote houten deur?
En woont er misschien stiekem een draak op zolder?
Geen twee kinderen zullen exact hetzelfde kasteel zien.
Dat vind ik misschien wel een van de wonderlijkste dingen aan lezen. De schrijver maakt het verhaal, maar de lezer maakt de wereld.
En fantasie is veel meer dan zomaar wat wegdromen.

Een kind dat fantaseert, oefent eigenlijk voortdurend in mogelijkheden.
Wat als…?
Wat als die doos geen doos is, maar een ruimteschip?
Wat als die boom in de tuin de ingang is naar een geheime wereld?
Wat als het verhaal anders afloopt dan ik verwacht?

Fantasie helpt kinderen om buiten het bestaande te denken. Om oplossingen te bedenken, situaties na te spelen, emoties te onderzoeken en ideeën te vormen die er daarvoor nog niet waren.
Heel veel dingen die ooit door iemand zijn gemaakt, bedacht of geschreven, zijn tenslotte ooit begonnen met precies zo'n gedachte:

Wat als…?

Een kartonnen doos wordt een ruimteschip.
Een stok wordt een toverstaf.
Een deken over twee stoelen wordt een geheim kasteel.
En een boek? Dat kan een compleet universum worden.

Soms geeft een verhaal woorden

Verhalen laten kinderen bovendien kennismaken met gevoelens en situaties die ze misschien zelf nog niet goed kunnen benoemen.
Een personage kan bang zijn terwijl een kind zelf nog niet kan uitleggen wat angst precies voelt.
Iemand in een verhaal kan buitengesloten worden, jaloers zijn, iemand missen, boos worden, iets verliezen of juist ontzettend dapper zijn.
En ineens ontstaat herkenning.
Hé… dat heb ik ook.

Soms is het gemakkelijker om eerst over een personage te praten dan over jezelf.
“Waarom denk je dat zij verdrietig is?”
kan een veel eenvoudigere vraag zijn dan:
“Waarom ben jij verdrietig?”

Een verhaal creëert een klein beetje afstand. Genoeg om veilig te kunnen kijken naar dingen die soms best groot voelen.
En tegelijkertijd ontdekt een kind dat andere mensen óók bang, boos, verdrietig, onzeker of eenzaam kunnen zijn.
Misschien leren verhalen ons daardoor niet alleen iets over taal en fantasie.
Misschien leren ze ons ook iets over elkaar.

Soms is een boek een veilige plek

Voor mij persoonlijk waren boeken vroeger ook een ontsnappingsroute.
Niet omdat ik voorgoed uit de echte wereld wilde verdwijnen, maar omdat het soms heerlijk was om haar even achter te laten.
Een boek vroeg niets van mij.
Ik mocht gewoon instappen.

Ik kon iemand anders zijn, ergens anders wonen en avonturen beleven die in mijn eigen leven onmogelijk waren. Ik kon lachen, huilen, griezelen en dromen — en daarna het boek weer dichtdoen en terugkomen.
En misschien is dat woord ontsnappen soms onterecht negatief.
Want even ontsnappen betekent niet noodzakelijk dat je wegloopt.
Soms betekent het gewoon dat je ergens anders op adem komt.
Dat je hoofd even niet bezig hoeft te zijn met alles wat moet, wat moeilijk is of wat nog opgelost moet worden.

Een verhaal kan dan een soort tussenwereld worden.
Een plek waar je even niets hoeft behalve verder lezen.
Misschien hebben we niet altijd meteen een oplossing nodig.
Soms hebben we gewoon even een deur nodig.

Tijdens de Kinderboekenweek ligt de nadruk vanzelfsprekend op kinderen. Maar de magie van verhalen houdt gelukkig niet op zodra we volwassen worden.
We groeien misschien uit sommige kinderboeken, maar we hoeven nooit uit verhalen te groeien.

Ook als volwassene kun je een boek openslaan en verdwijnen.
Je kunt door het Londen van tweehonderd jaar geleden wandelen. Je kunt terechtkomen in een wereld waarin magie bestaat. Je kunt een moord oplossen vanuit je luie stoel of zo intens meeleven met een personage dat je diegene bijna mist wanneer het boek uit is.

En zeg nu zelf: hoe bijzonder is het eigenlijk dat we verdriet kunnen voelen om iemand die nooit bestaan heeft?
Dat we boos kunnen worden op een personage vanwege een beslissing die alleen maar uit het hoofd van een schrijver kwam?

Dat we om twee uur 's nachts tegen onszelf kunnen zeggen:
Nog één hoofdstuk…
…om drie hoofdstukken later te ontdekken dat morgen inmiddels vandaag is?

Dat is toch ook een beetje magie.

Misschien krijgt onze fantasie wanneer we ouder worden wat minder ruimte. Er zijn banen, boodschappen, afspraken, rekeningen, wasmanden die zichzelf helaas nog steeds niet leegmaken en honderd andere dingen die moeten.
Juist dan kan een boek even zeggen:
Kom. We gaan ergens anders heen.

Niet om voor het leven weg te lopen.
Maar om even adem te halen in een andere wereld.
En soms kom je daar zelfs een beetje anders uit terug.
Omdat een verhaal je liet kijken door de ogen van iemand die totaal anders is dan jij.
Omdat je iets begreep wat je daarvoor niet begreep.
Omdat één zin bleef hangen.
Omdat een personage iets in jou raakte.
Of simpelweg omdat een verhaal een stukje van je verbeeldingskracht wakker maakte dat een tijdje had liggen slapen.
Verhalen hebben geen maximumleeftijd. Verwondering gelukkig ook niet.

Voorlezen is samen reizen

En dan is er nog voorlezen.
Misschien wel een van de mooiste manieren om een verhaal te beleven, omdat je de reis samen maakt.
Samen onder een dekentje. Gekke stemmetjes doen. De draak nét iets te hard laten brullen. Stoppen bij een spannende bladzijde en vragen:
“Wat denk jij dat er nu gaat gebeuren?”

En dan vooral luisteren naar het antwoord.
Want kinderen bedenken soms oplossingen waar geen schrijver ooit op gekomen zou zijn.
Voorlezen geeft niet alleen woorden en verhalen door. Het creëert ook een moment van aandacht.
Even geen haast.
Even geen “schiet op, schoenen aan, we moeten weg.”
Maar samen ergens zitten en dezelfde wereld binnenstappen.
En soms ontstaan tijdens zo'n verhaal ineens gesprekken die je helemaal niet gepland had.
Omdat een personage bang is.
Omdat iemand wordt buitengesloten.
Omdat iets grappig, verdrietig of herkenbaar is.

Een verhaal maakt soms woorden los die daarvoor nog nergens heen konden.
En nee, je hoeft van ieder voorleesmoment geen educatief project te maken.
Je hoeft niet na iedere bladzijde te controleren of je kind het verhaal wel goed heeft begrepen.

Lees vooral.
Geniet.
Doe die belachelijke stem van de heks.
Laat de draak overdreven hard brullen.
En lees dat ene lievelingsboek desnoods voor de zevenendertigste keer, ook al kun jij het inmiddels bijna achterstevoren opzeggen.

Want misschien weet een kind jaren later niet meer precies waar het verhaal over ging.
Maar misschien herinnert het zich nog wél hoe het voelde.
Een stem.
Een arm om zich heen.
Dat vaste moment voor het slapengaan.
Samen lachen om hetzelfde stukje.
En het gevoel dat er, zodra het boek openging, even niets anders bestond.

Dat is óók wat verhalen kunnen worden:
herinneringen.

Daarom wil ik tijdens deze Kinderboekenweek niet alleen kinderboeken vieren.
Ik wil vooral vieren wat verhalen met mensen kunnen doen.
Met kinderen.
Met jongeren.
Met volwassenen.
Met iedereen die bereid is om heel even die deur open te zetten.

Want of je nu zes bent, zestien of zesenzestig:
je hoeft alleen maar een boek open te slaan.

En zonder ook maar één stap te zetten, ben je ineens ergens anders.
In een andere wereld.
Een andere tijd.
Een andere dimensie.

Misschien zelfs eentje die helemaal niet bestaat.
En toch was je er.

Dat is de magie van een verhaal.

Liefs,
De Verhalenheks

Delen
WhatsAppFacebookX